Het idee dat de westerse wereld Arabieren, Turken en andere moslims wantrouwt of afwijst, is niet alleen van deze tijd. We koppelen het aan 9/11, aan de War on Terror, aan massa-migratie of aan de koloniale geschiedenis. Maar wie dieper graaft, ziet dat deze beelden niet uit onze tijd komen —ze zijn veel ouder. Ze zijn het product van ruim 1300 jaar aan anti-islam propaganda door middel van verhalen, vijanddenken, angst en politieke belangen.
En toch ligt in die lange geschiedenis ook een kans: de mogelijkheid om te begrijpen hoe zulke verhalen ontstaan, waarom ze blijven voortleven en hoe wij ze kunnen doorbreken. Het is tijd voor een ander verhaal.
De Gouden Eeuw van de islam
In de 7e eeuw ontstond het Islamitische Rijk – een rijk dat zich uitstrekte van Perzië tot Spanje en eeuwenlang een van de meest invloedrijke beschavingen ter wereld was. Tijdens deze periode hebben de moslims een belangrijke bijdrage geleverd aan o.a. de landbouw, wetenschappen, economie, recht, navigatie, technologie, kunst, architectuur en filosofie.
Van halverwege de 8e tot aan de 16e eeuw wordt daarom de Gouden Eeuw van de islam genoemd. Maar opmerkelijk genoeg komt deze informatie in de geschiedenisboeken op scholen in het Westen nauwelijks aan bod. En als we erover lezen, dan wordt dit vaak overgoten met een sausje van bagatellisering en argwaan.
Ongeloof en angst
In het middeleeuwse Europa was het bijna onmogelijk om dit nieuwe rijk te begrijpen buiten een christelijk raamwerk. Toen steeds meer mensen in het Midden-Oosten zich tot de islam bekeerden, konden de Europeanen zich niet voorstellen dat dat uit vrije wil gebeurd was. De overtuiging groeide dat dit alleen mogelijk kon zijn door middel van dwang en geweld. Dat idee was niet gebaseerd op feiten, maar op angst voor verlies van invloed en identiteit.
Het was het begin van een patroon dat telkens zou terugkeren: wanneer de wereld verandert, wordt de ‘ander’ uit angst vaak tot vijand gemaakt.
Goddeloze en barbaarse vijand
In 1095 riep paus Urbanus II op tot de Eerste Kruistocht. Hij schilderde moslims af als een ‘goddeloze’ en ‘barbaarse’ vijand. Het was de morele rechtvaardiging voor oorlog, macht en expansie.
Dat vijandbeeld bleef in stand. Missionarissen uit de 14e eeuw noemden moslims ‘koppig’ en ‘onredelijk’. In de tijd van kolonialisme werd het beeld ‘wetenschappelijk’ gemaakt: de oosterse mens zou irrationeel/dom, emotioneel, lui en gewelddadig zijn.
Het was geen toeval – het diende een doel: als je een volk neerzet als ongeschikt om zichzelf te regeren, kun je de burgers gemakkelijker overheersen. De wereld zal begrip tonen en je hebt kans dat het volk het uiteindelijk zelf ook gaat geloven dat de bezetter superieur is.

Paus Urbanus II riep op tot de Eerste Kruistocht, door moslims af te schilderen als een ‘goddeloze’ en ‘barbaarse’ vijand
Van ‘barbaar’ naar ‘terrorist’
Ook vandaag de dag horen we hetzelfde verhaal, maar gaat het om een andere moderne versie ervan. Na de onafhankelijkheidsoorlogen van voormalige koloniën en na de Koude Oorlog had het Westen een nieuwe vijand nodig. Het werd ‘de moslim’. Hollywood, talkshows, nieuwszenders — allemaal grepen ze terug op eeuwenoude stereotypen: de irrationele extremist, de bedreiging van ‘onze’ beschaving, de angst voor het onbekende.
Met als kers op de taart: 11 september 2001. Sindsdien is ook de term ‘barbaar’ in een ander, modern jasje gestoken. Nu zijn moslims potentiële ‘terroristen’ en daarmee is een War on Terror klaarblijkelijk gerechtvaardigd.
Tsunami aan islamofobie
Die eeuwenlange tsunami aan desinformatie en islamofobie is dus nog steeds effectief. Ook al fronsen bij steeds meer mensen de wenkbrauwen bij het officiële verhaal van 9/11 en bij de aanleiding van de War on Terror, zelfs de meest onbevooroordeelde westerling kan onbewust toch nog angstig zijn, bijvoorbeeld om zijn of haar vrijheid en identiteit kwijt te raken. Want ook al leven er ondertussen miljoenen moslims in het Westen als buren, collega’s en medeburgers, de anti-islam propaganda kruipt onder de huid.

Ook al geloven de mensen het officiële verhaal van 9/11 niet; ze kunnen nog steeds gevoelig zijn voor de anti-islam propaganda.
Wat vergeten wordt, is dat moslims diezelfde angstige gedachten kunnen hebben. Vluchtelingen zijn gevlucht voor extremisme en oorlog. Zij willen net als iedereen leven in vrijheid, vrede en veiligheid. En ook moslimmigranten die hier een bestaan hebben opgebouwd, kunnen bang zijn voor onrust in de samenleving door de komst van meer vluchtelingen.
Palestina als spiegel
De genocide in Palestina bracht op pijnlijke wijze aan het licht dat deze oude vijandbeelden nog steeds bestaan. Reacties vanuit het Westen waren vaak geen gevolg van objectieve analyse, maar van geërfde beelden: de moslim als irrationele dreiging, de Palestijn als gewelddadig, de westerse bondgenoot als de beschermer van beschaving, plus daarbij opgeteld het schuldgevoel vanwege de Holocaust.
Met als gevolg dat de empathie ongelijk verdeeld was. Beide kanten kenden lijden, verliezen en hoop – maar het leed van de bevolking van Israël kreeg meer gehoor en wekte meer tranen.
Kentering
En toch was er een kentering die nu nog steeds gaande is. Steeds meer mensen die eerst onvoorwaardelijk achter Israël stonden, zijn nu kritisch geworden. Dat komt vooral doordat zij, in plaats van de gefilterde beelden van de traditionele media, de ruwe en rauwe beelden zien, rechtstreeks afkomstig van burgers, hulpverleners en journalisten in Gaza.
Er is steeds meer oog voor het leed van Palestijnse burgers, vooral omdat de beelden intens zijn en het einde nog lang niet in zicht is. Ook groeit het wantrouwen tegen de internationale politiek en de reguliere media (met hun selectieve berichtgeving). De Palestijnen worden niet meer gezien als daders of ‘vijanden’, maar als slachtoffers en als mensen.
Vijandbeelden zijn verzonnen
Dit alles leidt tot het inzicht dat vijandbeelden slechts een verzinsel zijn. Ze worden bewust ingezet en leiden onbewust tot dehumanisering, onderdrukking, discriminatie, oorlog. Het is een inzicht dat tegelijkertijd ook inspireert: als een vijandbeeld gemaakt kan worden, kan het ook worden afgebroken.
Elke samenleving gebruikt verhalen om politieke daden te rechtvaardigen. Vooroordelen kunnen eeuwenlang in stand worden gehouden door de machthebbers in het land. En door machthebbers in de wereld, die – omdat ze de media in handen hebben – erdoor gesteund worden. Wij zouden als mens kritischer mogen zijn en meer mogen letten op het verhaal dat níét wordt verteld. Een ander perspectief kan ons helpen om onze angsten te overwinnen.
Ontmoeting
Dat andere verhaal kun je terugzien als je verder kijkt dan je neus lang is. Door – kritisch – op het internet rond te struinen naar andere standpunten. Door in gesprek te gaan met moslims die je tegenkomt. Een ontmoeting van mens tot mens breekt namelijk de hardnekkigste vooroordelen. Van beide kanten wel te verstaan. Ontmoeting is de sleutel tot menselijkheid.
Let op: verwacht als andersgelovige of westerling niet meteen dat je met open armen zal worden ontvangen. Er zullen ook altijd moslims zijn die zelf ook wantrouwend zijn en geen contact willen. Je kunt daarnaast ook een onbetrouwbare moslim tegen het lijf lopen. Trek daarna niet te snel conclusies ten aanzien van ‘alle moslims’; blijf open staan voor ontmoeting.
Een nieuw verhaal
De oude mythen over Arabieren, Turken en andere moslims waren verhalen die dienden om de machthebbers te beschermen, niet om de waarheid te vertellen. Maar verhalen kunnen herschreven worden – door kennis, door ontmoeting, door empathie.
We hoeven de rollen van ‘brenger van beschaving’ tegenover ‘barbaar’ of ’terrorist’ niet opnieuw te spelen. Want – nogmaals – een vijandbeeld dat eeuwen geleden opgebouwd is, kan ook weer worden afgebroken.
Moslims waren nooit de barbaarse ‘ander’. Ze waren eeuwenlang dragers van kennis, cultuur en innovatie. En hun beschaving vormt mede de basis van de moderne wereld waarin we nu in het Westen leven. Iedereen profiteert hiervan.
We hebben nu de kans om te kiezen voor een ander verhaal: een verhaal waarin menselijkheid centraal staat. We kunnen leren van het verleden zonder erin gevangen te blijven. Als we onszelf van binnen verlossen van angst, helen we niet alleen onszelf, maar ook de mensen om ons heen. Zo ontstaat er ruimte om samen iets op te bouwen.
“Voorwaar, Allah zal de (goede) toestand van een volk niet veranderen, totdat zij hun eigen (innerlijke) toestand veranderen.” (Koran, 13:11)
Dit artikel is geïnspireerd door de video ‘Why the west hates Muslims and Islam’



















